Pad tot huidige pagina

Thema's en speerpunten 2025

Lijst

Elk jaar stelt de GGD Amsterdam nieuwe speerpunten vast voor het toezicht op de kinderopvang. In 2025 letten we extra op de volgende vier onderwerpen:

1. Ontwikkeling van het kind en kwaliteit

Doorlopende ontwikkellijn


Kinderopvang speelt een grote rol in de ontwikkeling van een kind. Daarom kijken we hoe organisaties de ontwikkeling volgen en stimuleren. Het is belangrijk dat informatie over het kind goed wordt doorgegeven aan scholen en buitenschoolse opvang. Zo zorgt u ervoor dat er geen informatie verloren gaat.

Buiten spelen

Buiten spelen is goed voor de motorische, sociale en persoonlijke ontwikkeling van kinderen. Maar kinderen bewegen steeds minder en spelen steeds minder buiten. In 2025 kijken we naar het beleid van organisaties over buiten spelen en of er voldoende en goede buitenruimte is. We letten ook op hoe kinderen worden gestimuleerd om buiten te spelen.

2. Veiligheid en gezondheid

Meld-, overleg- en aangifteplicht

Uit onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs in 2021 blijkt dat management en medewerkers in de kinderopvang niet altijd goed op de hoogte zijn van de meld-, overleg- en aangifteplicht. Kinderopvangorganisaties moeten de kennis hierover, en het gebruik hiervan bevorderen. Daarom besteden we hier in 2025 extra aandacht aan in het toezicht.

Gezondheidsrisico’s

Jonge kinderen zijn kwetsbaar voor infectieziekten. Goede hygiëne is daarom erg belangrijk. We kijken of organisaties de gezondheidsrisico’s goed inschatten en of ze de juiste maatregelen nemen. We letten er op of organisaties de hygiënerichtlijnen van het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid daarbij hebben toegepast. Ook beoordelen we of medewerkers op de hoogte zijn van het gezondheidsbeleid.

3. Stabiliteit

Voor jonge kinderen is een vaste, vertrouwde beroepskracht heel belangrijk. Dat draagt bij aan de emotionele veiligheid. Door personeelstekorten kan dit onder druk komen te staan. Daarom kijken we in 2025 extra naar het vaste gezichtencriterium en hoe organisaties hiermee omgaan.

4. Professionaliteit

Door de krapte op de arbeidsmarkt mogen kinderopvangorganisaties sinds juli 2024 beroepskrachten in opleiding inzetten als vast gezicht. Dit mag alleen onder bepaalde voorwaarden. We gaan in 2025 beoordelen of organisaties beroepskrachten in opleiding alleen inzetten volgens de voorwaarden.


Nieuw model voor risicoprofiel

Toezichthouders beschikken per 1 januari 2025 over een vernieuwd landelijk model voor het bepalen van het risicoprofiel. Toezicht is een essentieel instrument om de kwaliteit en veiligheid in de kinderopvang te waarborgen. Efficiënt en effectief toezicht wordt uitgevoerd volgens het principe: meer waar nodig, minder waar mogelijk.

GGD’ en werken sinds 2011 met een risicomodel dat toezichthouders ondersteunt bij hun afwegingen. GGD GHOR Nederland heeft dit model in het afgelopen jaar verder doorontwikkeld.

Openbaar informatieblad Risicomodel

Bekijk hier het openbare informatieblad over het risicomodel


Beroepskracht-kindratio en basisgroepen bij de BSO

Wat zijn de eisen?

De GGD Amsterdam ontvangt veel vragen over de wijzigingen in de beroepskracht-kindratio en de indeling van basisgroepen bij de BSO. Ook blijkt dat niet overal aan de kwaliteitseisen wordt voldaan. Daarom zetten we de eisen op een rij.

Wat is er gewijzigd?

Per 1 juli 2024 is de personeelsinzet bij de BSO aangepast. Voorheen moest het aantal in te zetten beroepskrachten op een basisgroep afgestemd worden op het aantal aanwezige kinderen in die basisgroep. Een basisgroep mocht bestaan uit maximaal 20 kinderen. Dit leidde tot knelpunten in de uitvoering. Soms werden kinderen in een andere basisgroep geplaatst om een efficiënte personele inzet mogelijk te maken. Maar daarbij werd dan vaak onvoldoende rekening gehouden met pedagogische overwegingen.

De nieuwe regels op een rij:

  • De beroepskracht-kindratio wordt voortaan op kindercentrumniveau berekend, niet meer per basisgroep.
  • De maximale groepsgrootte is verhoogd van 20 naar 30 kinderen, ongeacht de leeftijd van de kinderen.
  • Er is meer ruimte voor pedagogische overwegingen bij de groepsindeling. Er kan meer rekening worden gehouden met de kinderen, vaste gezichten en hun voorkeuren. Hierdoor kan de emotionele veiligheid van de kinderen beter worden gewaarborgd.

Nieuwe eisen

Pedagogisch beleidsplan

  • In het pedagogisch beleidsplan beschrijft u welke afwegingen zijn gemaakt bij de inzet van beroepskrachten en de groepsindeling van de kinderen in basisgroepen. Hierbij gaat u in op de behoeften van het kind, de vormgeving van de basisgroepen en de stabiliteit van de opvang. U kunt bijvoorbeeld beschrijven dat u kijkt naar interesses, ontwikkelfases en individuele behoefte van de kinderen en talenten van de beroepskrachten.
  • Er moet duidelijk uit het pedagogisch beleidsplan blijken wat u belangrijk vindt bij de indeling van de groepen.

Nieuwe rekenregels

  • De beroepskracht-kindratio geldt voor alle aanwezige kinderen op de BSO. Er gelden nieuwe rekenregels. Die kunt u vinden op 1ratio.nl

Groepsgrootte

  • Een basisgroep mag maximaal 30 kinderen hebben.
  • Bij de indeling van de groepen kunt u meer rekening houden met de behoeften en ontwikkeling van het kind. Er is dus meer ruimte voor pedagogische overwegingen.
  • Dit wil niet zeggen dat u de maximale groepsgrootte moet benutten. Het is juist belangrijk dat u een bewuste pedagogische invulling geeft aan de basisgroepen. Daardoor kunnen er verschillende, grotere en kleinere basisgroepen ontstaan.

Waar moet u op letten?

  • Zorg dat kinderen en ouders weten bij wie ze terechtkunnen (bijv. een mentor).
  • U moet zorgen voor voldoende stabiliteit en (emotionele) veiligheid.
  • Zorg dat de veiligheid van de kinderen gewaarborgd is. Schat risico’s van een eventuele nieuwe werkwijze in. Het kan bijvoorbeeld zijn dat u uw beleid moet aanpassen omdat u gaat werken met groepen met 30 kinderen.
  • Het kan zijn dat u niets gewijzigd heeft. Dan kiest u ervoor om de personele inzet nog te baseren op het aantal aanwezige kinderen per basisgroep. Voor u gelden wel gewoon de nieuwe rekenregels. En ook dan moet u voldoen aan de nieuwe eisen aan het pedagogisch beleidsplan.

GGD inspectieonderzoek

Wij adviseren u dit door te nemen om te bepalen of uw werkwijze voldoet. Indien nodig past u uw werkwijze aan. Als er aanleiding is, neemt de toezichthouder dit onderwerp mee tijdens het jaarlijks inspectieonderzoek. Dit kan ook aan bod komen in een jaarlijks organisatiegesprek.


Wijzigingen per 1 januari 2025: Taaleis & Babyscholing

Vanaf 1 januari 2025 moeten beroepskrachten voldoen aan de taaleis. Beroepskrachten die met baby’s werken moet aan specifieke kwalificatie-eisen voldoen. Hier kunt u lezen hoe wij hier toezicht op houden.

Taaleis

  • Dagopvang: beroepskrachten moeten taalniveau 3F (B2) hebben (met enkele uitzonderingen).
  • Buitenschoolse opvang: taalniveau 2F (B1) is verplicht (geen uitzonderingen).

Waarom de taaleis?

Het is belangrijk om de taalontwikkeling van kinderen vroeg te stimuleren. Dit kan door een taalrijke omgeving te creëren. Zo wordt een taalachterstand voorkomen. De taalvaardigheid van beroepskrachten speelt hierbij een grote rol. Zij moeten een taalrijke omgeving voor kinderen bieden. Door eisen te stellen aan hun taalvaardigheid, wordt dit mogelijk in de kinderopvang.

Op www.kinderopvang-werkt.nl vindt u meer informatie over de taaleis en de uitzonderingen.

Babyscholing

  • Beroepskrachten die met baby’s (0-jarigen) werken, moeten voldoen aan specifieke opleidingseisen. Dit wordt ook wel de babyscholing genoemd.
  • De opleidingseisen zijn vastgelegd in de cao Kinderopvang.
  • Er zijn uitzonderingen en een overgangsbepaling.

Waarom babyscholing?

Ontwikkelingsgericht werken met kinderen vraagt veel van de kennis en vaardigheden van beroepskrachten. Daarom zijn in het akkoord Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang afspraken gemaakt over extra eisen aan scholing van beroepskrachten en een betere ondersteuning van beroepskrachten in hun werk.

Daarom wordt de kwalificatie-eis voor beroepskrachten die met baby’s werken uitgebreid. Zij ontvangen specifieke scholing gericht op de ontwikkeling van baby’s en vaardigheden die voor de babyopvang van belang zijn.

De specifieke opleidingseisen zijn te vinden in de cao Kinderopvang 2024. De uitzonderingen en overgangsbepaling op deze nieuwe eis kunt u nalezen op www.kinderopvang-werkt.nl

Hoe houdt de GGD toezicht op deze nieuwe eisen?

We bespreken de taaleis en de babyscholing tijdens een organisatiegesprek of tijdens het jaarlijks inspectieonderzoek met u. In sommige gevallen beoordelen wij ook of de beroepskrachten die u inzet voldoen aan de eisen.

We geven in de rapporten weer of sprake is van verzachtende of verzwarende omstandigheden. De gemeente zal hier rekening mee houden in het handhavingsbesluit.

Daarom is het belangrijk dat u ons hier zoveel mogelijk informatie over geeft. We vragen bijvoorbeeld aan u welke voorbereidingen u heeft getroffen en wanneer u daarmee bent begonnen. Ook willen we weten welke stappen u al heeft genomen als een beroepskracht niet voldoet. Ook willen we zoveel mogelijk horen over de omstandigheden: is het vast personeel of inval, hoeveel medewerkers voldoen wel of niet aan de eisen, hoe lang is de beroepskracht al bij u in dienst. Ook zullen we onderzoeken of u ook andere maatregelen had kunnen nemen om toch te voldoen aan de eisen.